AARDING is het geleidend verbinden van het chassis of de geleidende behuizing van een elektrisch apparaat met de aarde. Hiermee kan onder andere worden bereikt dat er geen ongewenste elektrische spanning op het apparaat komt te staan als het apparaat een geleidende behuizing heeft.
ABSORPTIE betekent opname. Het kan gaan om het opnemen van een bepaalde stof in een andere stof maar ook om het opnemen van licht of andere elektromagnetische straling en geluid in materie. (Vergelijk DEMPING en REFLECTIE)
AMPLITUDE is de grootte, sterkte of maximale uitslag van een trilling. Dit kan een mechanische trilling zijn van bijvoorbeeld een snaar van een harp, of de daardoor ontstane geluidsgolf, of van enig ander cyclisch in de tijd variërend verschijnsel.
ANALOOG voorstellingswijze in de informatieverwerking waarbij, in tegenstelling tot digitaal, kenmerken van een toestand worden weergegeven door een fysieke grootheid die een continu variabel verloop heeft dat overeenkomt met (= analoog is aan) het verloop van de voor te stellen waarde (vergelijk DIGITAAL).
BACTERIËN zijn (eencellige) micro-organismen, die zo klein zijn dat zij alleen onder een microscoop zichtbaar zijn. Een belangrijke eigenschap van bacteriën is dat zij zich snel kunnen vermeerderen. Bacteriën kunnen onderling genetische informatie uitwisselen. Op deze wijze ontstaan voortdurend nieuwe bacterievariëteiten. Overal zijn vele soorten bacteriën aanwezig. Sommige zijn niet problematisch, sommige zijn zelfs nuttig, andere kunnen bij ernstige verzwakking of onder speciale omstandigheden wel eens tot ziekteverschijnselen aanleiding geven, weer andere doen dat geregeld. Bij de celstofwisseling van bacteriën kunnen gifstoffen of toxines ontstaan die soms schadelijk kunnen zijn voor de mens. Er treden dan ziektes op zoals cholera, pest of tetanus. Er zijn veel bacteriën die normaal niet in of op de mens voorkomen en bij contact vaak of altijd tot ziekteverschijnselen leiden. Een groot probleem hierbij is dat bacteriën zich vaak ongemerkt kunnen verspreiden. Tegen ziekten die door bacteriën worden veroorzaakt kunnen meestal antibiotica worden gebruikt.
BOUWBIOLOGIE is de leer van de leefomgeving binnenshuis in relatie tot de mens. Er wordt onderzoek gedaan naar welke factoren van invloed zijn op een neutraal, stressveroorzakend of ziekmakend leefklimaat. Dat kunnen invloeden van binnen en buiten het gebouw zijn en tevens het gebouw zelf (uitgebreid behandeld in hoofdstuk 2).
(BOUWBIOLOGISCHE) MEETTECHNIEK is een methode waarmee een meetbare eigenschap van een materiaal of een constructie bepaald kan worden. Zo’n eigenschap wordt een grootheid genoemd. Door de meting van deze grootheid wordt de numerieke waarde ervan vastgelegd en uitgedrukt in een bijpassende eenheid. (BOUWBIOLOGISCHE) RICHTWAARDEN: een parameterniveau dat op een bepaald tijdstip bereikt moet worden. De concentratie van een stof (of het geluidsniveau) waarvan overschrijding zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Het verschil met een grenswaarde is dat deze laatstgenoemde niet mag worden overschreden. (vergelijk GRENSWAARDEN). Iedere risicoreductie is de moeite waard. Richtwaarden zijn hulpmiddelen ter oriëntering. De natuur vormt de beste maatstaf.
DEELTJES en VEZELS zijn kleine hoeveelheden materie. Enkele typen van groot naar klein zijn: stofdeeltjes, roetdeeltjes, rookdeeltjes, moleculen en atomen. Andere veelgebruikte benamingen zijn fijnstof (algemene term), asbest, mineraalvezels en nanodeeltjes. Herkomst: aerosolen, zwevende deeltjes, stof, rook, roest, bouw- en dempstoffen, ontluchting en airco, gereedschap, toner, milieu.
DEMPING is het verschijnsel dat een trilling wordt afgeremd. Het is een natuurkundig gegeven dat vrijwel alle trillingen afnemen met de tijd. Demping zorgt er voor dat de bewegingsenergie van een trillend systeem wordt omgezet in een andere energie, bijvoorbeeld warmte. Een goed voorbeeld hiervan is een schokdemper, waar dit wordt bereikt door bij elke trilling een vloeistof door een smalle opening te persen. (vergelijk ABSORPTIE en REFLECTIE))
DIGITAAL is tegengesteld aan analoog. Een digitaal signaal heeft slechts twee discrete waarden: aan/uit of 1/0. Tussen deze twee uitersten zijn er geen tussenliggende waarden gedefinieerd. Voorbeelden zijn een lichtschakelaar en computerregistratie. (vergelijk ANALOOG)
DRAADLOZE COMMUNICATIE is de uitwisseling van gegevens anders dan via een vaste (draad)verbinding. Het begon met radiotelegrafie en via radio en televisie zijn we bij een eindeloos aantal varianten uitgekomen waaronder CT1 Cordless Telephone, DECT (Digital Enhanced Cordless Telecommunications), gsm (Global System for Mobile communications), UMTS (Universal Mobile Telecommunications System), C2000 TETRA, WiFi, WLAN (Wireless Local Area Network) en Bluetooth. Het grootste verschil is de FREQUENTIE waarop de uitwisseling plaatsvindt.
ELEKTRISCHE VELDEN (eigenlijk elektrostatische velden) worden geproduceerd door niet-bewegende elektrische ladingen en zorgen voor een elektrische kracht op andere ladingen. In een magneet bijvoorbeeld wordt het veld veroorzaakt door de bewegingen van de elektronen in het materiaal. De term elektromagnetisme geeft aan dat elektrische en magnetische verschijnselen verstrengeld zijn. Zo zal een veranderlijk magnetisch veld een elektrisch veld opwekken en omgekeerd. Dit heet elektromagnetische inductie en vormt de basis voor de werking van dynamo’s, elektromotoren en transformatoren.
ELEKTROMAGNETISCHE GOLVEN (hoogfrequent) zijn een combinatie van een elektrisch veld en een magnetisch veld die loodrecht op elkaar staan. Al kort na de uitvinding van apparatuur waarmee radiosignalen konden worden opgewekt en ontvangen, ontstonden de eerste apparaten die waren bedoeld voor communicatie op zee, waar draadverbindingen onmogelijk zijn. Ook in de lucht- en ruimtevaart is communicatie zonder elektromagnetische signalen ondenkbaar. De bekendste toepassing zijn gsm, data-, bundel-, vlieg-, richt-, radiozenders, radar, militair, snoerloze telefoons, draadloze netwerken en zendapparatuur.
EMSS (elektromagnetische stresssyndroom) Overgevoeligheid voor elektrische en elektromagnetische velden die door elektrische apparatuur, zoals pc-, tv-, UMTS- en gsm-zenders en digitale telefoons worden uitgezonden. De symptomen variëren van jeuk, duizeligheid en hoofdpijn tot huiduitslag, vermoeidheid en slapeloosheid.
FORMALDEHYDE of methanal is een gas met een zeer sterke, onaangename geur. Formaldehyde wordt gebruikt in onder andere spaanplaat, MDF, UF-isolatie (schuim) en textiel (kleding, gordijnen en vitrages).
FREQUENTIE drukt uit hoe vaak iets gebeurt binnen een bepaalde tijd, bijvoorbeeld het aantal malen per seconde dat een golf een hele cyclus (sinuscurve) aflegt (zie ook AMPLITUDE).
GELIJKSTROOM (elektrostatica) of statische elektriciteit is een spanningsverschil tussen twee punten waarbij het verschil in de tijd stabiel blijft. Dit in tegenstelling tot wisselspanning, waarbij het verschil meestal met een vaste frequentie wisselt als functie van de tijd. Gelijkspanning wordt opgewekt in bijvoorbeeld een batterij en zonnecel (fotovoltaïsche cel). Wisselspanning wordt meestal opgewekt door rotatie zoals bij een dynamo of generator en ook wel door synthetische vloerbedekking, synthetische gordijnen, synthetisch textiel, kunststofbehang, verven, afdekmaterialen, knuffels, beeldschermen.
GELUIDSGOLVEN (luchtgolven, materiaalgolven) zetten de lucht of het medium waardoor het geluid zich voortplant, in beweging. Geluidsgolven gedragen zich net als bijvoorbeeld watergolven. Ze kunnen zich bij grote druk ophopen, of ze kunnen rond een obstakel buigen, tegen een vaste wand terugkaatsen en bij overgang naar een ander medium afbuigen.
Langegolfgeluid (lage tonen) reist het verst omdat kleine voorwerpen de basisstructuur van de golven niet aantasten.
GEOLOGISCHE STORINGEN (aardmagneetveld, aardstraling) Oorzaak: stromingen en radioactiviteit van de aarde; lokale stoorzones door bijvoorbeeld aardverschuivingen, -spleten, wateraders.
GISTZWAMMEN zijn eencellige schimmels die zich onderscheiden van BACTERIËN door het bezit van een celkern en ze zijn significant groter. Hoewel vrijwel onmisbaar bij de bereiding van brood en wijn, kan een teveel leiden tot vergiftiging van het leefmilieu. Oorzaak: vochtige plekken, hygiëneproblemen, levensmiddelenvoorraad, afval, apparaten, waterzuivering, sanitaire installaties.
GOLF op- en neergaande beweging, gemeten vanuit rustpunt of nullijn (zie ook AMPLITUDE).
GOLFLENGTE van een periodiek verschijnsel is de lengte van een golf. Dat wil zeggen de afstand tussen twee opeenvolgende punten met dezelfde fase, zoals de toppen van een golf (zie ook AMPLITUDE).
GRENSWAARDEN: Milieukwaliteitdoelstelling voor de korte termijn, meestal gekoppeld aan een bepaalde planperiode waarmee wordt aangegeven tot hoever stoffen of fysische verschijnselen maximaal aanvaardbaar worden geacht (vergelijk RICHTWAARDEN).
HARMONISCHE GOLVEN zijn golven waarvan de frequentie van de boventonen een veelvoud is van die van de grondtoon
HUISSTOFMIJT: een haast onzichtbaar kleine (ca. 0,3 mm) mijt die in huisstof leeft, met name in matrassen, kussens, gestoffeerd meubilair, tapijt en op beschimmelde muren. De huisstofmijt komt overal ter wereld voor en kan gezondheidsklachten veroorzaken bij de mens, zoals allergische reacties (waaronder astma en eczeem). De belangrijkste praktische maatregelen ter bestrijding van de huisstofmijt zijn het verwijderen van huidschilfers (schoonmaken) en het beperken van de luchtvochtigheid (ventileren).
LONGITUDINALE GOLF: een golf waarin de golfbeweging plaatsvindt langs de richting waarin de energie zich verplaatst. Geluid plant zich in lucht en in andere gassen en vloeistoffen voort als een longitudinale golf. In vaste stoffen plant geluid zich zowel longitudinaal als transversaal voort.
MAGNETISCHE VELDEN (magnetostatica) worden geproduceerd door bewegende elektrische ladingen, en worden daarom ook wel elektrodynamische velden genoemd. Iedere elektrische stroom genereert daarom een magnetisch veld (vergelijk ELEKTRISCHE VELDEN).
MAGNETISCHE WISSELVELDEN (laagfrequent) Oorzaak: Wisselspanning in installaties, kabels, apparaten, trafo’s, motoren, hoogspanningsleidingen en bovenleidingen van het spoor.
MILIEU: woon-, werk- en verblijfsomgeving, waar zoveel over gepraat en zo weinig aan gedaan wordt.
MODULATIE: omzetting van digitaal naar analoog en terug Amplitude Modulatie (AM), Frequentie Modulatie (FM) en Fase Modulatie (PM)
OPLOSMIDDEL: een stof waarin andere stoffen opgelost kunnen worden. In het huishoudelijk gebruik komen veel producten voor waarin oplosmiddelen zijn verwerkt. Het is een hulpmiddel voor bijvoorbeeld het sneller doen verdampen (toiletverfrisser), het vloeibaar houden van een overigens harde substantie (tandpasta, drukinkt, verf, schoenpoets, benzine, lijm), verspreiden van geuren (aftershave). Ook aan te treffen in verven, lakken, lijmen, kunststoffen, bouwmaterialen, spaanplaat, meubels, interieurs, afdekmaterialen, onderhoudsmiddelen.
PESTICIDEN (chemische bestrijdingsmiddelen): zijn stoffen die worden gebruikt voor het bestrijden van ziekten, plagen of onkruiden in de landbouw of organismen die hinderlijk of schadelijk zijn (bijv. mieren, ongedierte, aantasting van materialen, algen, ontsmetting van voorwerpen en installaties en houtbescherming). Men onderscheidt: gewasbeschermingsmiddelen (voor in de landbouw) en biociden (de overige). In de dagelijkse omgang worden bestrijdingsmiddelen vaak pesticiden genoemd.
POLARISATIE De looprichting van energie of van een golf.
PULSERING Digitale versterking/aansturing van energie (informatie).
RADIOACTIVITEIT (gammastraling, radon) Oorzaak: bouwmassa, stenen, tegels, stookresten, as, apparaten, antiquiteiten, airco, bodemstraling, milieu.
REFLECTIE of weerkaatsing is de abrupte wijziging van de voortplantingsrichting van een golf op de overgang tussen twee verschillende stoffen, waardoor het golffront terugkaatst in de stof waaruit het voortkwam. (vergelijk ABSORPTIE en DEMPING)
REGELGEVING omvat kaders voor het correct implementeren of toepassen van wetgeving.
SCHIMMELS of zwammen zijn zowel meercellige organismen zoals paddestoelen maar ook eencellige organismen zoals gisten (zie ook GISTZWAMMEN).
SI (Système International) is het in 1960 ingevoerde internationale systeem van eenheden. Oorspronkelijk hadden veel landen verschillende maatstelsels. Het SI is bedoeld om internationaal gemakkelijk gegevens te kunnen uitwisselen. Elke natuurkundige of chemische grootheid kan worden uitgedrukt in eenheden, bijvoorbeeld:
Elektrische capaciteit
Elektrische lading
Elektrische spanning
Elektrische stroom
Elektrische veldsterkte
Elektrische weerstand
Frequentie
Lengte
Magnetische inductie
Magnetische flux
Massa
Oppervlakte
Tijd
Vermogen
Versnelling |
farad
coulomb
volt
ampère
e
ohm
hertz
Lengte
tesla
weber
kilogram
vierkante meter
seconde
watt
meter per seconde2 |
F
C V A
V/m Ω
Hz m T
Wb
kg m²
s W
m/s2 |
SINUS Een
sinusvormig signaal (kortweg ‘sinus’) is een basisvorm van wisselspanning of wisselstroom. Het is een signaal dat in de tijd gezien volgens een sinusfunctie verloopt.
STATISCHE ELEKTRICITEIT: zie GELIJKSTROOM
STRALING is energieoverdracht zonder dat er sprake is van direct contact. Alles in de schepping straalt. ‘Je ziet er stralend uit vandaag.’ Veel soorten straling zijn levensnoodzakelijk, andere levensbedreigend. Radioactiviteit, magnetron, CRT-beeldbuizen, gsm, radon et cetera.
TRANSVERSALE GOLF: een golf waarin de uitwijking van de deeltjes loodrecht staat op de voortplantingsrichting van de energie in de golf (vergelijk LONGITUDINALE GOLF). Een voorbeeld hiervan is de golf in een lang touw dat aan een kant in trilling wordt gebracht. Ook elektromagnetische straling is een transversaal golfverschijnsel. Omdat er in beginsel meerdere richtingen loodrecht staan op de voortplantingsrichting (we leven immers in een driedimensionale wereld), kan een transversale golf POLARISATIE vertonen. In het voorbeeld van het lange touw kan de trilling verticaal zijn (door de hand op en neer te bewegen) of horizontaal (door de hand heen en weer te bewegen). Een vergelijkbaar verschijnsel treedt op bij licht.
WATER (H2O) is de chemische verbinding van waterstof en zuurstof. Water komt in de natuur voor als vloeistof, als vaste stof en als gas. Al het leven op aarde bestaat grotendeels uit en is afhankelijk van water. Water bedekt 71% van de aarde. Het onttrekt zich aan alle wetmatigheden van deze natuur. Water bestaat uit twee gassen die normaal gesproken alleen onder hoge druk en bij extreme koude bereid zijn een fusie aan te gaan. Bovendien is water in staat tot levitatie (de wetten van de zwaartekracht opheffen). Bij bevriezing zet het uit. Verdiep u in water en u valt van de ene verbazing in de andere.
WISSELSTROOM: zie de toelichting bij GELIJKSTROOM.
WOONKLIMAAT (temperatuur, vochtigheid, kooldioxide, luchtionen, luchtverversing, geuren.) Oorzaken: vochtschade, bouwvocht, bouwmaterialen, ontluchting, verwarming, interieur, ademhaling, elektrostatica, straling, stof, milieu.
ZWARE METALEN zijn een groep metalen met hoog atoomgewicht, en met name worden hiervan de leden met een grote giftigheid bedoeld. Bekende toxische zware metalen zijn onder andere lood, cadmium, kwik, barium en thallium. Ook koper, mangaan en zink, hoewel essentiële sporenelementen die alleen in overdosering toxisch zijn en niet erg zwaar, worden wel tot de zware metalen gerekend. De radioactieve metalen (uranium, thorium, plutonium etc.) worden er meestal niet toe gerekend omdat de stralingstoxiciteit daarvan over het algemeen belangrijker is dan de chemische toxiciteit. Oorzaken: houtconservering, bouwmaterialen, apparaten, bouwvocht, PVC, verf, glazuur, rioleringsbuizen, industrie, antiquiteiten, milieu.
Vraag uw boekwinkel naar "De schaduwzijde van draadloze communicatie" of bestel via
internet.