Het boek over elektrostress in uw slaapkamer > hoofdstuk 2 - bouw en woonbiologica

Wanneer u een huis huurt of koopt dan let u op de vorm, het aantal kamers, de locatie, de bereikbaarheid en de winkelmogelijkheden enzovoort. Als u kinderen hebt is de aanwezigheid van scholen niet onbelangrijk. Op een industrieterrein of vlak naast een pluimveeslachterij wilt u waarschijnlijk niet wonen en ook de geluidsoverlast van een machinefabriek is niet echt aanlokkelijk. Als blijkt dat het in uw woning door moerasgas of de stank van een nertsfokkerij niet te harden is dan gaat u op zoek naar een aangenamere of gezondere woonplek. In andere landen wordt op de bouwplaats eerst radon gemeten en bij overschrijding van de grenswaarden worden beschermende maatregelen genomen. Niemand wil zich op radioactieve grond huisvesten, terwijl je daarvan niks voelt, ziet, hoort, proeft of ruikt. Dat geldt ook voor allerlei andere soorten straling, zoals elektrische, magnetische en elektromagnetische straling. Behoudens eventuele warmteontwikkeling, is deze straling slechts met behulp van meetapparatuur vast te stellen. In de bouw- en woonbiologie wordt onderscheid gemaakt tussen:
1 velden, golven en straling;
2 woongif, schadelijke stoffen en woonklimaat;
3 schimmels, bacteriën en allergenen.
De hoofdstukken 3 en 4 (De schaduwzijde van draadloze communicatie) geven uitgebreid informatie over eigenschappen en grenswaarden van een mogelijke woonklimaatbelasting. Een bouw- of woonbioloog kan u hierover informeren, en kan zo nodig door middel van metingen inzicht verschaffen in de aard van de belasting en advies geven ten aanzien van beschermende maatregelen. De voor dit boek interessante belasting valt onder de elektromagnetische straling en is in de volgende categorieën onder te verdelen:
Stralingsbronnen binnenshuis:
1. DECT- en gsm-telefoons;
2. digitale radio en televisie via de ether (Digitenne van KPN);
3. draadloos internet (WiFi);
4. spaarlampen (compacte fluorescentielampen);
5. draadloze alarm- en camerabewakingssystemen, draadloze toetsenborden en muizen, draadloze muziekinstallaties en hoofdtelefoons (DECT), Wii en andere draadloze spelconsoles, ‘slimme’ elektriciteitsmeters;
6. magnetron en inductieapparatuur;
7. nachtstroomaccumulatoren, elektrische dekens, bed- en vloerverwarming, waterbedden, boilers, wekkerradio’s, opladers, trafo’s van halogeenlampen enzovoort.
Stralingsbronnen buitenshuis:
1. gsm- en UMTS-antennes;
2. WiMAX-antennes;
3. TETRA (C2000 of Astrid) het mobielcommunicatiesysteem van de hulp- en veiligheidsdiensten;
4. radarinstallaties (voor leger, snelheidsmeters (flitspalen), boot- en vliegtuignavigatie);
5. hoogspanningsmasten en transformatorhuisjes.
Al deze apparaten en installaties veroorzaken elektromagnetische velden en de daarbij behorende straling. Op zich is deze straling niet het probleem, maar de aard, dosis en duur ervan kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken. Gepulste straling belast de mens meer dan ongepulste straling. De informatie die deze golf als draaggolf benut kan zeer belastend zijn. De sterkte van de straling bepaalt, evenals de duur van de bestraling, de mate van verstoring danwel bedreiging van uw gezondheid. Daarbij komt dat deze straling niet af en toe, maar vierentwintig uur per dag onafgebroken op ons afkomt en door ons heengaat. Vierentwintig uur per dag zonder onderbreking en zonder de mogelijkheid om van deze bestraling te herstellen. Ook tijdens onze slaap, tijdens onze nachtrust, gaat deze bestraling ongevraagd en onverminderd voort.
Overzicht van blootstellingnormen voor elektromagnetische straling (10-300 Gigahertz), uitgedrukt in volt per meter (V/m):
0,00003
0,0006
0,06
0,6
1
1,9
3
4-6
5-7
6
41-61
Natuurlijk achtergrondniveau;
Straling nodig voor het functioneren van gsm;
Salzburg Resolution, Oostenrijk;
BioInitiative, Liechtenstein;
Frans Onderzoeks- en Informatiecentrum voor Elektromagnetische straling;
Wenen;
Belgische Hoge Gezondheidsraad;
Zwitserland;
Wallonië;
Bulgarije, China, Italië, Luxemburg en Rusland;
ICNIRP, Europese aanbeveling 1999.

De toegestane straling volgens de ICNIRP-aanbeveling is maar liefst 100.000 keer de stralingswaarde die nodig is voor het goed functioneren van uw gsm. Het is in deze niet de vraag of u er last van heeft, maar wanneer u er last van krijgt. Ieder mens is anders en verdraagt bestraling anders. Daar waar de één al bij een muggenbeet onderuit gaat, heeft de ander een horzel nodig om uitgeschakeld te worden. De één wordt onwel van een gsm-toestel op zeven meter afstand en de ander klimt fluitend in een werkende zendmast. Een tijdelijke overdosis overleven we vrijwel allemaal en we herstellen na verloop van tijd geheel van deze aanslag op ons lichaam. Maar de krankzinnig snelle ontwikkeling van de draadloze communicatie en de onmogelijkheid om je er buiten te houden vereisen enige terughoudendheid bij overheid en telecombedrijven. Helaas is van een dergelijke terughoudendheid geen sprake en wordt de mensheid niet de tijd gegund om te wennen aan deze ontwikkeling. Indien de wereld behoefte heeft aan deze exponentiële ontwikkeling, dan dient toch op z’n minst het recht op reconvalescentie gewaarborgd te zijn. Ieder mens, gevoelig of niet, heeft recht op zijn of haar herstelperiode. Na gedane arbeid is het goed rusten. Deze rust, deze nachtrust, wordt u door onophoudelijke bestraling ontnomen en vroeg of laat breekt dat u op. Vroeg of te laat merkt u dat u niet meer geconcentreerd bent, dat uw energie het laat afweten, dat uw nachtrust nogal onrustig is. De stralingsbelasting van eigen apparatuur kunt u zelf, eventueel met behulp van een bouw- en woonbioloog reduceren of uitschakelen. De stralingsbelasting van uw naasten is lastiger en vaak slechts met behulp van vakkennis en mededogen te reduceren. De stralingsbelasting van telecom en elektriciteitsnet is slecht met hulp van een bouw- en woonbioloog vast te stellen en te reduceren. Wacht niet tot u er last van krijgt want: ‘Eenmaal gevoelig, altijd gevoelig.’
De hoofdstukken 6, 7, 8 en 10 (De schaduwzijde van draadloze communicatie) doen verslag van de directe gevolgen van elektrosmog. De mensen uit deze verhalen hebben door overbelasting een overgevoeligheid opgebouwd voor elektromagnetische straling. Zij lijden allen aan elektrostress of beter aan EMSS (elektromagnetisch stresssyndroom), de veelal lastig omschrijfbare klachten die normaal functioneren bemoeilijken of totaal onmogelijk maken door het ontbreken van een stralingsvrije woon-werksituatie en vooral door het ontberen van een stralingsvrije nachtrust.
Voor hen geldt dat de klachten, zoals vermeld in de diverse appellen (hoofdstuk 9), onomkeerbaar onderdeel zijn geworden van hun bestaan. De bouw- en woonbiologie heeft tot doel uw woonsituatie menswaardig te maken en heeft de noodzakelijke vakkennis en apparatuur ontwikkeld. Meten is weten en voorkomen is beter en goedkoper dan genezen, temeer daar van genezen in dit geval geen sprake is maar uitsluitend van leren leven met de klachten.

Vraag uw boekwinkel naar "De schaduwzijde van draadloze communicatie" of bestel via internet.

Safe Our Souls << SOS >> De negende weg