Bouw en woonbiologica > normen en waarden
Aanvulling op de standaard bouwbiologische meettechniek SBM 2008

BOUWBIOLOGISCHE RICHTWAARDEN voor de slaapplaats

Bouwbiologische richtwaarden zijn voorzorgsmaatregelen. Ze hebben betrekking op slaapplaatsen, de bijzonder gevoelige regeneratietijd van de mens en het daarmede in verband staande langdurige risico. Ze zijn gebaseerd op actuele bouwbiologische ervaring en stand der wetenschap en gericht op het haalbare. Bovendien worden er wetenschappelijke studies en andere aanbevelingen bij betrokken ter waardebepaling. Bij de bouwbiologische meettechniek wordt naar professionele erkenning, minimalisering en vermeiding van individuele kritische milieustandpunten t.a.v. gebouwen  gestreefd. Doel en eis is, de algehele beschouwing van alle standpunten en vakkundig samenstellen van de vele diagnosemogelijkheden om afwijkende bronnen te identificeren, lokaliseren en te kunnen inschatten, om een zo min mogelijk belast en zo natuurgetrouw mogelijk milieu te creëren.

Normale waarden bieden een hoogst haalbare bescherming. Ze zijn ontleend aan natuurlijke milieumaatstaven of de vaak aan te treffen en bijna onvermijdelijke minimale civiele invloeden.

Zwak afwijkend betekend voorzichtigheid geboden en rekening houdend met gevoelig reagerende of zieke mensen dienen verbeteringen zo mogelijk toegepast te worden.

Sterk afwijkend is vanuit bouwbiologische visie onacceptabel.
Er dient gehandeld te worden. Saneringen dienen onmiddellijk uitgevoerd te worden. Naast talrijke praktijkvoorbeelden leggen wetenschappelijke studies onomstotelijk verband tussen bouwbiologische effecten en gezondheidsproblemen.

Extreem afwijkende waarden vereisen consequente en snelle sanering.
Hier worden deels internationale richtwaarden en aanbevelingen voor binnenshuis en werkplaats bereikt of overschreden.
Indien bij enkele of verschillende standaardwaarden meerdere afwijkingen vastgesteld worden, dient de waardebepaling kritischer beschouwd te worden.

Principieel en boven alles geldt:
Iedere risicoreductie is de moeite waard. Richtwaarden zijn hulpmiddelen ter oriëntering.  De natuur vormt de beste maatstaf.

De kleingedrukte teksten in de tabellen zijn aanvullingen ter vergelijkende oriëntering met bijvoorbeeld direct toepasbare grenswaarden of andere richtwaarden, aanbevelingen en onderzoeksresultaten of natuurlijke maatstaven.

Bouwbiologische richtwaarden voor de slaapplaats
SBM-2008
normaal zwak afwijkend sterk afwijkend extreem afwijkend

A VELDEN, GOLVEN, STRALING

1 ELEKTRISCHE WISSELVELDEN (laagfrequent)

Veldsterkte geaard in Volt per meter V/m < 1 1-5 5-50 > 50
Lichaamsspanning geaard in millivolt mV < 10 10-100 100-1000 > 1000
Veldsterkte potentiaalvrij in Volt per meter V/m < 0,3 0,3-1,5 1,5-10 > 10
Waarden gelden voor het bereik tot en met 50 Hz, hogere frequenties en duidelijke boventonen dienen kritischer beoordeeld te worden.
DIN/VDE 0848: werk 20.000 V/m, bevolking 7000 V/m; BImSchV: 5000 V/m; TCO: 10 V/m; US-kongres/EPA: 10 V/m; kinderleukaemiestudies: 10 V/m; studies oxidativer stress, vorming vrije radikalen, melatonindaling: 20 V/m; bond: 0,5 V/m; natuur: < 0,0001 V/m

2 MAGNETISCHE WISSELVELDEN (laagfrequent)

Fluxdichtheid in nano Tesla nT < 20 20-100 100-500 > 500
Waarden gelden voor het bereik tot en met 50 Hz, hogere frequenties en duidelijke boventonen dienen kritischer beoordeeld te worden.
Netstroom (50 Hz) en spoorwegstroom (16,7 Hz) worden apart beschouwd.
Bij intensieve en vaak voorkomende tijdelijke veldfluctuaties dienen lange termijn metingen uitgevoerd te worden, -speciaal tijdens de nacht- en daarbij de 95 % waardering toepassen.
DIN/VDE 0848: werk 5.000.000 nT, bevolking 400.000 nT; BImSchV: 100.000 nT; Zwitserland: 1000 nT; WHO/IARC: 300-400 nT "potentieel kankerverwekkend"; TCO: 200 nT; US-kongres/EPA: 200 nT; DIN 0107 (EEG): 200 nT; BioInitiatief: 100 nT; bond: 10 nT; natuur: < 0,0002 nT

3 ELEKTROMAGNETISCHE GOLVEN (hoogfrequent)



Stralingsdichtheid in micro Watt per vierkante meter W/m² < 0,1 0,1-10 10-1000 > 1000
Waarden gelden voor enkele draadloze communicatie, zoals GSM (D-/E-net), UMTS, WiMAX, TETRA, radio, TV, DECT, WLAN... opgave betreft piekwaarden.
Richtwaarden gelden niet voor radar.
Meer kritische hoogfrequente golven, zoals bijvoorbeeld gepulste periodieke signalen
(GSM, DECT, WLAN, TETRA, digitale radio...) dienen, speciaal bij sterkere afwijkingen  serieuzer en bij lagere afwijkingen zoals ongepulste respectievelijk niet periodieke signalen (UKW, kort-, midde-, langegolf, analoge radio...) genereuzer beoordeeld te worden.
Vroegere bouwbiologische radiogolf-richtwaarden SBM-2003:
gepulst < 0,1 geen, 0,1-5 zwak, 5-100 sterk, > 100 μW/m³ extreme afwijking; ongepulst < 1 geen, 1-50 zwak, 50-1000 sterk, > 1000 μW/m² extreme afwijking
DIN/VDE 0848: werk bis 100.000.000 μW/m², bevolking bis 10.000.000 μW/m²; BImSchV: bis 10.000.000 μW/m²; GSM: Zwitserland bis 100.000 μW/m², Salzburger resolutie / artsenkamer 1000 μW/m², BioInitiatief 1000 μW/m² buiten, EU-parlement STOA 100 μW/m², Salzburg 10 μW/m² buiten, 1 μW/m² binnen; EEG-, immuunstoring: 1000 μW/m²; GSM funktie: < 0,001 μW/m²; natuur: < 0,000.001 μW/m²

Bouwbiologische richtwaarden voor de slaapplaats
SBM-2008
normaal zwak afwijkend sterk afwijkend extreem afwijkend
4 ELEKTRISCHE GELIJKSPANNINGSVELDEN (elektrostatisch)

Oppervlaktespanning in Volt V < 100 100-500 500-2000 > 2000
Ontlaadtijd in sekondes s < 10 10-30 30-60 > 60
Waarden gelden voor opvallende materialen en apparaten op of aan het lichaam en/of voor ruimtedominerende oppervlakten bij ~ 50 % r.F.
TCO: 500 V; beschadigde elektronika, computeronderdelen: vanaf 100 V; pijnlijke schokken: vanaf 2000-3000 V; synthetische stoffen, kunststofafdekking: tot 10.000 V; kunststofvloeren, laminaten: tot 20.000 V; TV beeldschermen: tot 30.000 V; natuur: < 100 V

5 MAGNETISCHE GELIJKSPANNINGSVELDEN (magnetostatisch)

Fluxdichtheid afwijking (staal) in micro Tesla μT < 1 1-5 5-20 > 20
Fluxdichtheid uitslag (stroom) in micro Tesla μT < 1 1-2 2-10 > 10
Kompasnaald afwijking in graden < 2 2-10 10-100 > 100
Waarden m.b.t. de Fluxdichtheidsafwijking μT door metaal/ijzer respectievelijk Fluxdichtheidsuitslag μT door gelijkstroom.
DIN/VDE 0848: arbeidsplaats 67.900 μT, bevolking 21.200 μT; USA/Oostenrijk: 5000-200.000 μT; kernspin 2-4 T; natuur, aardmagneetveld: midden Europa 40-50 μT, equator ~ 25 μT, polen ~ 65 μT; magneetveld oog: 0,0001 nT, hersenen: 0,001 nT, hart: 0,05 nT; oriëntatie dieren: 1 nT

6 RADIOAKTIVITEIT (Gammastraling, Radon)

Doseerkracht verhoging in procenten % < 50 50-70 70-100 > 100
Waarden m.b.t. de lokale omgevingsstraling, echter minstens op 0,8 mSv/a respectievelijk. 100 nSv/h (gemiddelde in Duitsland), bij duidelijk hogere omgevingsstraling geldt een geringere percentuele verhoging van de toegestane dosis.

Verordening stralingsbescherming: bevolking 1 mSv/a extra belasting, arbeidsplaats 20 mSv/a; BGA: bevolking 1,67 mSv/a; gemiddelde in Duitsland: < 0,6 mSv/a (< 70 nSv/h) noord Duitsland, > 1,4 mSv/a (> 165 nSv/h) Ertsgebergte, Thüringen, Zwarte woud, Beierse woud...
Radon in Bequerel per kubieke meter Bq/m³ < 30 30-60 60-200 > 200
EU: 400 Bq/m³ (oude huizen), 200 Bq/m³ (nieuwbouw); commissie stralingsbescherming: 250 Bq/m³; Zweden: 200 Bq/m³, EPA: 150 Bq/m³; Engeland (nieuwbouw): 100 Bq/m³; WHO: 100 Bq/m³; Radonbeschermingswet Duitsland (ontwerp): 100 Bq/m³; gemiddelde binnenshuis: ~ 20-50 Bq/m³, gemiddelde buitenlucht: 5-15 Bq/m³, uitzonderlijke situaties > 1000 Bq/m³; radongrotten: ~ 100.000 Bq/m³; longkanker: risicotoename elke 100 Bq/m³ met 10 %

7 GEOLOGISCHE STORINGEN (aardmagneetveld, aardstraling)
Storing in aardmagneetveld in nano Tesla nT < 100 100-200 200-1000 > 1000
Storing in aardstraling in procenten % < 10 10-20 20-50 > 50
Waarden m.b.t. het natuurlijke aardmagneetveld en de natuurlijke radioactieve Gamma- respectievelijk neutronenstraling van de aarde,
Natuurlijke schommelingen van het aardmagneetveld: tijdelijk 10-100 nT,
Magneetstormen / zonnevlekerupties 100-1000 nT; afname per jaar: 20 nT

B WOONGIFFEN, SCHADELIJKE STOFFEN, WOONKLIMAAT

1 FORMALDEHYD en andere gasvormige schadelijke stoffen

Formaldehyd in microgram per kubieke meter μg/m³ < 20 20-50 50-100 > 100
MAK: 370 μg/m³; BGA: 120 μg/m³; WHO: 100 μg/m³; katalyse: 50 μg/m³;
AGÖF norm: 30 μg/m³; VDI: 25 μg/m³; slijmvlies- en oogprikkeling: 50 μg/m³, reukgrens: 60 μg/m³, levensgevaar: 30.000 μg/m³; natuur: < 2 μg/m³; omrekening: 100 μg/m³ = 0,083 ppm

2 OPLOSMIDDEL en andere licht- tot middelvluchtige schadelijke stoffen

Oplosmiddel VOC in microgram per kubieke meter μg/m³ < 100 100-300 300-1000 > 1000
Waarde met betrekking tot de som van alle licht- en middelvluchtige substanties in de binnenruimten (TVOC).
Allergie verwekkende, prikkelende of sterk ruikende materialen respectievelijk materiaalgroepen dienen zorgvuldig gediagnosticeerd te worden. Dit geldt speciaal voor bijzonder gevaarlijke respectievelijk kankerverwekkende vluchtige stoffen.
Ministerie van milieu: 200-300 μg/m³; Seifert BGA richtwaarde: 200-300 μg/m³; Molhave: 200 μg/m³; AGÖF richtwaarde: 100 μg/m³; natuur: < 10 μg/m³ AGÖF-normaalwaarde stoffen: Toluol 12 μg/m³, Xylol 5 μg/m³, Benzol 1,7 μg/m³, Ethylbenzol 2 μg/m³, Styrol 2 μg/m³, alpha-pinen 8 μg/m³

3 PESTICIDE en andere zwaarvluchtige schadelijke stoffen


Pesticide zoals PCP, Lindaan,                      in lucht
ng/m³ < 5 5-25 25-100 > 100
Chloospyrifos, DDT          in hout en ander materiaal

mg/kg < 1 1-10 10-100 > 100
Permethrin, Dichlofluanid etc. stof mg/kg < 0,5 0,5-2 2-10 > 10
materiaal bij huidkontakt mg/kg < 0,5 0,5-2 2-10 > 10
PCB stof mg/kg < 0,5 0,5-2 2-5 > 5
Vlamdoofmiddel gechloreert stof mg/kg < 0,5 0,5-2 2-10 > 10
Vlamdoofmiddel halogeenvrij stof mg/kg < 5 5-50 50-200 > 200
PAK stof mg/kg < 0,5 0,5-2 2-20 > 20
Weekmakers stof mg/kg < 100 100-250 250-1000 > 1000
Totaalwaarde in nanogram per kubieke meter lucht resp. milligram per kilogram materiaal, hout, stof.
Huisstofwaarden gelden voor specifieke materiaalmengsels. Opgave voor in stof geabsorbeerde weekmakers (totaalinhoud: x 2). PCB naar LAGA. PAK naar EPA.
PCP-verordening materialen: 5 mg/kg; PCP-richtlijnen: lucht 1000 ng/m³, richtwaarden 100 ng/m²; ARGE-bouw: lucht 100 ng/m³, stof 1 mg/kg PCB-richtlijn, doel: 300 ng/m³; PCB-saneringsdoel NRW: 10 ng/m³; akuut gezondheidsgevaar: 3000 ng/m³; chemisch afval: 50 mg/kg AGÖF norm stof: PCP 0,3 mg/kg, Permethrin 0,5 mg/kg, TCEP 0,5 mg/kg, PAK Benzo-(a)-pyren < 0,2 mg/kg, DEHP 400 mg/kg

Bouwbiologische richtwaarden voor de slaapplaats
SBM-2008
normaal zwak afwijkend sterk afwijkend extreem afwijkend
5 DEELTJES en VEZELS (fijnstof, nanodeeltjes, asbest, mineraalvezels...)

De deeltjes-, vezels- resp. stofconcentraties dienen binnen onder de gebruikelijke onbelaste (buiten) omgeving te liggen. Asbest dient zowel in de binnenlucht, op oppervlaktes als in huisstof te ontbreken.
Vroegere bouwbiologische asbest-luchtrichtwaarden SBM-2000:
< 100 geen, 100-200 zwak, 200-500 sterk, > 500/m³ extreem afwijkend
Asbestvezels lucht - BGA: 500-1000/m³; TRGS-richtwaarde: 500/m³; EU: 400/m³; WHO: 200/m³; buitenlucht: 50-150/m³, zuivere lucht gebieden: 20/m³ deeltjes lucht - (jaargemiddelde) BImSchV: 40 μg/m³, EU: 50 μg/m³ (< 10 μm), EPA: 25 μg/m³ (< 2,5 μm), VDI: 75 μg/m³, TA lucht: 150 μg/m³ bergtop: 5-10 μg/m³, land: 20-30 μg/m³, stad: 30-100 μg/m³; ruimte met sigarettenrook: 10.000 μg/m³; smog-alarm fase 1: 800 μg/m³

6 WOONKLIMAAT (temperatuur, vocht, kooldioxide, luchtionen, luchtverversing, geuren...)

Relatieve luchtvochtigheid in procenten % r.F 40-60 <40 / >60 <30 / >70 <20 / >80
Kooldioxide in deeltjes per millioen ppm <600 600-1000 1000-1500 > 1500
MAK: 5000 ppm; DIN: 1500 ppm; VDI: 1000 ppm; USA (arbeidsplaats/schoolklassen): 1000 ppm; niet geventileerde slaapkamers na een nacht resp. klaslokalen na een lesuur: 2000-4000 ppm; natuur 2008: 380 ppm, 1985: 330 ppm; jaarlijkse toename: 1-2 ppm

Kleinionen per kubieke centimeter lucht /cm³ > 500 200-500 100-200 < 100
Let op: hoge luchtionenwaarden binnen kunnen op de aanwezigheid van radon duiden. Aan zee: > 2000/cm³, schone luchtgebieden: ~ 1000/cm³, land: < 800/cm³, stad: < 700/cm³, industriegebied/wegverkeer: < 500/cm³, elektrostatische ruimte: < 300/cm³, ruimte met sigarettenrook: < 200/cm³, smog: < 50/cm³; voortdurende luchtionenafname in de laatste decennia.

Luchtelectriciteit in Volt per meter V/m < 100 100-500 500-2000 > 2000
DIN/VDE 0848: werk 40.000 V/m, bevolking 10.000 V/m; natuur: ~ 50-200 V/m, föhn: ~ 1000-2000 V/m, onweer: ~ 5000-10.000 V/m

C SCHIMMELS, BACTERIËN, ALLERGENEN

1 SCHIMMELS en hun sporen evenals stofwisselprodukten

De situatieafhankelijke combinatie van verschillende diagnosemethoden en het samenvoegen van diverse uitkomsten en indrukken verhoogt speciaal bij schimmelbelastingen de analytische zekerheid en maakt bronverwijzing en zinvolle waardering eerst mogelijk, bijvoorbeeld het onderzoeken van lucht, oppervlaktes, stof, materiaal en holle ruimten met cultivering op voedingsbodems, mikroscopisch onderzoek niet cultiveerbare schimmels en schimmelfragmenten, toxicologische analyses, woonklimaat- en vochtmetingen... De meetwaarden van schimmels in huis dienen onder die van buitenshuis resp. onbelaste vergelijkbare ruimtes te liggen.
De in huis aanwezige schimmelsoorten moeten niet wezenlijk verschillen van die buitenshuis resp. onbelaste vergelijkbare ruimtes. Speciaal belastende en gifvormende schimmels mogen niet of alleen minimaal aantoonbaar zijn.
Iedere afwijking, iedere verdenking of aanwijzing dient nagegaan te worden: zichtbare schimmelvorming – hoe meer hoe kritieker, vochtduidende schimmels, mycotoxinen en andere stofwisselprodukten, koele oppervlaktes – warmtebruggen, voortdurend hoge lucht- en materiaalvochtigheid, bouw- en vochtschade, constructie problemen, geuren, bouwgeschiedenis, ziekteverschijnselen, milieumedische resultaten...
Voormalige bouwbiologische schimmel-orientieringswaarden SBM-1998 bis SBM-2003 (Toevoeging van YM-Baubiologie-Agar und Bebrütung bei 20-24 °C, koloniebeeldende eenheden KBE):
Lucht < 200 normaal, 200-500 zwak, 500-1000 sterk, > 1000/m³ extreem afwijkend
(waarden voor de binnenshuislucht bij relatief lage referentiewaarden van de buitenlucht onder  500/m³);
Oppervlaktes < 20 normaal, 20-50 zwak, 50-100 sterk, > 100/dm² extreem afwijkend
(waarden voor oppervlaktes onder dagelijkse, regelmatig gereinigde condities)

WHO: Pathogene en toxigene schimmels zijn in de binnenshuislucht inacceptabel, vanaf  50/m³ van een schimmelsoort dient naar haarden gezocht worden, tot  500/m³ zijn bij een mengsel vaak milieutypische soorten vast te stellen (bij voorbeeld Cladosporium). Senkpiel/Ohgke: Binnenhuisconcentraties, die meer dan 100/m³ boven de buitenlucht liggen, duiden op een belasting. EU-statistiek voor woningen:
< 50/m³ heel laag, < 200/m³ laag, < 1000/m³ middel, < 10.000/m³ hoog, > 10.000/m³ heel hoog. gedetailleerde waarden: Milieuministerie - schimmelhandleiding.

2 GISTZWAMMEN en hun stofwisselprodukten
Gistzwammen dienen binnen in de lucht, op oppervlaktes en materialen of in bed-, was-, hygiëne-, bad-, keuken- en levensmiddelengebied afwezig of minimaal aantoonbaar te zijn. Dit geldt speciaal voor belastende gisten.

3 BACTERIËN en hun stofwisselprodukten
De bacterieaantallen in de binnenshuislucht dienen overeenkomstig of onder die van de buitenlucht resp. van onbelaste vergelijkbare ruimten te liggen.
Speciaal belastende kiemen zouden niet of slechts minimaal aantoonbaar mogen zijn, noch in de lucht noch op materialen, in drinkwater-, hygiëne-, bad- of keukenbereik.
Iedere afwijking, iedere verdenking of aanwijzing dient nagegaan te worden: hoge materiaalvochtigheid, vochtschade, hygiëne- en ontlastingsproblemen, geuren...
Bij  schimmelonderzoeken worden bacteriën betrokken en omgekeerd, ze komen vaak gemeensaam voor.

Aangezien de bouwbiologische richtwaarden in eerste instantie op ervaring berusten, zijn ze nog niet overal gestandaardiseerd. Regelmatig komen er nieuwe inzichten en wordt e.e.a. geactualiseerd.
Als standaard voor bouwbiologische meettechniek en zijn richtwaarden behoren deze aanvullende randvoorwaarden en toelichtingen, waarin de meettechnische resp. analytische werkwijze nader beschreven wordt.
De bouwbiologische standaard, de bijbehorende richtwaarden voor slaapplaatsen en meettechnische randvoorwaarden werden van 1987 tot 1992 door BAUBIOLOGIE MAES in opdracht en met ondersteuning van het Institut für Baubiologie + Ökologie Neubeuern IBN ontwikkeld en voor het eerst in mei 1992 gepubliceerd. Wetenschappers, artsen en collega’s hebben meegeholpen.
Deze versie SBM-2008 is de 7. geaktualiseerde nieuwe versie.
Standaarden naast richtwaarden en randvoorwaarden worden sinds 1999 door een tienhoofdige commissie van deskundigen vorm gegeven.

 

BAUBIOLOGIE MAES

Schorlemerstr. 87 41464 Neuss Telefon 02131/43741 Fax 44127 www.maes.de 
© IBN Holzham 25 83115 Neubeuern Telefon 08035/2039 Fax 8164 www.baubiologie.de 

bron: www.maes.de




  Safe Our Sleep << SOS >> De schaduwzijde van draadloze communicatie
Safe Our Souls << SOS >> De negende weg